GOTS: de guerilla van het kunst plakken

Door J. Tiekstra voor www.cut-up.com

Het is non-guerilla met guerilla eigenschappen. Dat bedacht Gerben Willers toen hij twee maanden terug over straat liep. Willers, een vierdejaars student Kunstgeschiedenis uit Groningen en kunstrecensent bij internetmagazine 8weekly, wist plots wat hij moest doen. Hij zou de galerie op straat brengen.

In de “stickercultuur”, waarin we volgens Willers leven, kan moderne kunst ook zijn plekje veroveren. Tussen alle reclameuitingen en het talloze promotiemateriaal dat op zuilen of muren in een gemiddelde stad hangt, zoekt hij een plaats voor anonieme kunst. Dit alles onder de noemer ‘gallery on the streets’ (GOTS).

“Ik wilde iets met hedendaagse kunst en bedacht: ‘Gôh, wat leuk zou zijn, is om kunstenaars te vragen aanplakbiljetten te maken.’ Maar het is natuurlijk te duur om het in kleur en met een groot formaat te doen. In zwartwit en op a4 kan het wel. En een kopieerkaart kost niks.” In een notendop zijn dat de limieten van het idee: de kunstenaar kan alles doen, als het maar op een a4-tje past en zonder kleuren is.

“Het is eigenlijk een heel simpel idee. Het concept heeft speciale vereisten. Dat is de kracht ervan. Een gewoon aanplakbiljet, dat in abri’s hangt is niet speciaal. “ Willers legt vervolgens het kunstwerk onder een kopieerapparaat en trekt nachtelijk Groningen in om een drukbezochte straat in het centrum van de stad met zo’n 150 exemplaren vol te plakken. Helemaal netjes hangen ze dan niet, want “plakken is niet al te legaal”. Het moet daarom allemaal vlugvlug: “Je zoekt een mooie plek, lijm erop en je gaat weer verder.” En hij kent zijn grenzen: “Ik ga niet de Grote Markt onveilig maken, want dan heb ik binnen de kortste keren een bon aan mijn broek.”

Als student Kunstgeschiedenis heeft Willers vanzelfsprekend Walter Benjamins essay ‘Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid’ moeten doorploegen. Maar de aura van het unieke, authentieke kunstwerk is bij GOTS bij voorbaat al niet aanwezig. Elk a4-tje ziet er precies hetzelfde uit. Het oorspronkelijke a4-tje verschilt niet van de 149 anderen. “Er is geen origineel. Het gaat ook niet om de waarde van het object, maar om het tonen van kunst aan mensen.” Het gaat kort gezegd om wat er in het hoofd van de stadjer gebeurt die een zijdelingse blik werpt op de poster die aan een toevallige muur is bevestigd. “Mensen moeten gepakt worden door het beeld.”

Die vluchtigheid vindt Willers spannend. Het idee dat kunst meespeelt in de banale wereld van de reclame. “Dat is het leuke: het is net zo vluchtig als reclame, maar toch anders.” Bovendien heeft het concept eenzelfde mechanisme als reclame. “Daarom doe ik het in veelvoud. Iemand loopt er twintig keer langs en denkt uiteindelijk ‘dat moet ik maar eens bekijken’.” De publieksreacties zijn echter moeilijk te meten. Af en toen ziet Willers een voetganger kijken naar één van de affiches. Dan maakt hij van binnen een vreugdesprongetje. “Het maakt me niet uit of tien of honderdduizend mensen het leuk vinden. Als er iemand voor stilstaat is mijn dag goed. Dan is de tentoonstelling geslaagd.”

Zo noemt hij zijn plakwerk: een tentoonstelling. “Natuurlijk. Als je op koninginnedag een kleedje uitspreidt en er wat dingen op zet, stel je het ook ten toon.” Inmiddels heeft hij er twee opgezet. De eerste kunstenaar die zijn medewerking toezegde was Daniël Dennis de Wit, een student aan de Groningse kunstacademie Minerva. Willers had van hem het conceptuele kunstwerk ‘Sculpture gathering dust’ - een neergezette vaas, gekocht in een warenhuis - gezien, en was aangenaam getroffen. Om drie uur ’s nachts werkte hij met een stapel velletjes, waarop een ontwerp van De Wit, het lange Gedempte Zuiderdiep af. Met dit wapenfeit kon Willers bij andere kunstenaars aankloppen. Het merendeel reageerde enthousiast, en zag de uitdaging die het GOTS-concept biedt. “Sommigen reageerden met: ‘Ik ga me niet voor een budget van nul euro inspannen.’” De Argentijnse videokunstenaar Sebastian Diaz Morales wilde echter wel één van zijn projecten naar papier vertalen. Hiermee werd het Boterdiep, waaraan jongerencultuurpodium Simplon staat, voorzien.

Eens per maand zal een nieuwe tentoonstelling op straat te vinden zijn. De komende zeven maanden staan vast met namen als die van Rafael Rozendaal, Boukje Janssen en Loes Degener. Binnen afzienbare tijd gaat Willers opnieuw met het risico van een fikse boete de straat op. Ook in andere steden moet GOTS echter een voet aan de grond krijgen, vindt hij. “Een poster van Van Nelle koffie hangt ook niet alleen in Groningen.” Hij wil mensen werven in andere grote steden. “Het zou tof zijn als iemand denkt: ‘Gôh, dat wil ik ook doen.’”

Maar er moet nog veel gebeuren, geeft Willers toe, die een masterclass curator volgt in Rotterdam. Op dit moment gaat hij daarvoor samen met andere studenten kunstacademies in den lande af om werken te selecteren voor een tentoonstelling in de Rotterdamse showroom MAMA. Deze zal dit jaar van 29 oktober tot eind november plaatsvinden. Hij vertelt er met veel enthousiasme over. Dan zal de kunst wél tussen vier muren staan, of aan een witte muur hangen. In beide gevallen draait het echter om de kunst, en slechts gedeeltelijk om hem: “Ik ben GOTS begonnen om mijn smaak van moderne kunst te tonen. Ik hoop dat mensen het oppikken.” Maar voor de rest is het ter promotie van de kunstenaar en zijn of haar kunstwerk. “Ik heb niet zo’n groot ego. Ik vind het leuk om met kunst bezig te zijn, en werk van anderen te vertonen.”